Van de Latijnse benaming van planten leer je een hoop!

Van de Latijnse benaming van planten leer je een hoop!

De winter trekt helaas nog een laatste sprint voordat we straks eindelijk van de lente kunnen genieten en kunnen beginnen met zaaien, planten, wieden, snoeien en mesten. Zet in ieder geval wat bloeiende violen en kerstrozen op de tuin- of terrastafel en fleur het binnenshuis op met cyclamen, primula’s, bakjes narcissen, potjes hyacinten en vazen vol bloesemtakken en tulpen. Daarin heb je nu ruime keuze in ons tuincentrum in Arkel. En doe aan de hand van onderstaande lijst alvast wat handige weetjes op voor komend tuinseizoen.

De plantennamen van Linnaeus

Carl Linnaeus was een Zweedse arts, plantkundige, zoöloog en geoloog. In 1753 publiceerde hij, na een lang verblijf voor studie en onderzoek in Nederland, het boek Species plantarum, dat nu internationaal als standaard voor de benaming van planten geldt. Linnaeus deelde alle planten in geslachten in, op basis van de kenmerken van de bloem en het aantal meeldraden en stampers. Later werden hier ook de kenmerken van andere plantendelen aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld de vorm van de bladeren. Elke soort kreeg behalve een geslachtsnaam ook een soortaanduiding, beide in het Latijn, zoals gebruikelijk was in de wetenschappelijke wereld in die tijd. De eerste letter van de geslachtsnaam is altijd een hoofdletter, de soortaanduiding wordt met kleine letters geschreven. Bijvoorbeeld: Rosa canina (hondsroos). Op de labels in ons tuincentrum zie je vaak ook nog een derde naam staan, dat is de naam van de cultivar. De kweker ervan kiest vaak zelf een mooie en toepasselijke naam voor zijn creatie. Zo vernoemde kweker J. van Zoest clematis ‘Dancing Dorien’ naar zijn dochter.

Weet welke plant je kiest

Tegenwoordig heeft bijna niemand meer Latijn gestudeerd, maar sommige woorden zijn makkelijk te herkennen en als je ze eenmaal kent weet je ook meteen met wat voor plant je in ons tuincentrum in Arkel te maken hebt.

Een leerzaam rijtje:

  • Alba; wit, geeft aan dat een plant, struik of boom wit bloeit
  • Aurea of aureum; komt van het Latijnse woord voor goud (aurum) en geeft aan dat een plant, struik of boom geelgroen blad heeft of geel bloeit
  • Autumnalis; in de herfst bloeiend (denk aan het Engelse woord autumn voor herfst)
  • Compacta; compact
  • Floribunda; met uitbundig veel bloemen
  • Giganteum; reusachtig of gigantisch
  • Longifolius; langbladig (folia betekent bladeren)
  • Maritima; komt van het Latijnse woord voor zee (mare) en geeft aan dat een plant afkomstig is van een kustgebied en dus over het algemeen ook goed gedijt in kustachtige omstandigheden
  • Montana; komt van het Latijnse woord voor berg (mons, denk aan het Franse mont) en geeft aan dat een plant afkomstig is uit de bergen en over het algemeen ook goed gedijt in bergachtige omstandigheden
  • Paniculata; geeft aan dat een plant of struik tros of pluim dragend is
  • Pygmea; klein als een pygmee
  • Reptans; kruipend (wat reptielen ook doen) en geeft dus aan dat het een bodembedekker is
  • Robusta; robuust, stevig
  • Sempervirens; verwijst naar semper (‘altijd’) en viridis (‘groen’) en geeft aan dat een plant, struik of boom bladhoudend of wintergroen is
  • Variegata; betekent letterlijk ‘gevarieerd, afwisselend’ en geeft aan dat een plant, struik of boom bontbladig is

Doe hier je voordeel mee in ons tuincentrum in Arkel!